ECLI:NL:HR:2012:BU1929
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Splitsing omzetbelasting bij gemengd gebruik van goederen en diensten door onderwijsinstelling
Belanghebbende, een fiscale eenheid die regionaal opleidingscentrum is, vroeg teruggaaf van omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2007. De Inspecteur verleende gedeeltelijk teruggaaf, maar na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof ontstond onenigheid over de wijze van splitsing van de omzetbelasting die betrekking heeft op goederen en diensten die zowel voor economische als niet-economische activiteiten worden gebruikt.
Het Hof oordeelde dat de rijkssubsidies en lesgelden geen vergoeding zijn voor economische activiteiten en dat de omzetbelasting daarom gesplitst moet worden tussen niet-economische en economische activiteiten. Het Hof stelde vast dat een pro rata-berekening op basis van de verhouding tussen opbrengsten uit economische activiteiten en niet-economische activiteiten het meest geëigend is, en paste deze methode toe.
Belanghebbende betoogde dat de splitsing op basis van werkelijke gebruik moest plaatsvinden, maar de Hoge Raad verwierp dit omdat het werkelijke gebruik niet objectief en nauwkeurig vast te stellen was. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast voor afwijking van de pro rata-methode bij degene ligt die daarvan wil afwijken. Het incidentele beroep van de Minister van Financiën werd niet behandeld omdat het alleen aan de orde was als het principale beroep zou slagen.
De Hoge Raad verklaarde het principale beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van het Hof dat de pro rata-methode toegepast moet worden voor de splitsing van de omzetbelasting bij gemengd gebruik van goederen en diensten door belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het principale beroep ongegrond en bevestigt de pro rata-splitsing van omzetbelasting bij gemengd gebruik.