ECLI:NL:HR:2012:BU3987
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Beperkt hoger beroep in ontnemingszaken niet mogelijk; gehele beslissing moet worden aangevochten
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was eerder veroordeeld voor drugshandel en een ontnemingsvordering was ingesteld tot betaling van een bedrag aan de Staat.
In hoger beroep had de betrokkene het beroep partieel ingesteld, zich richtend op een deel van het ontnemingsbedrag. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep volgens vaste rechtspraak slechts tegen het gehele vonnis kan worden ingesteld in ontnemingszaken. De betrokkene voerde aan dat op grond van artikel 407 Sv Pro en artikel 511g Sv partieel hoger beroep mogelijk zou zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat ontnemingsvorderingen niet kunnen worden beschouwd als 'gevoegde zaken' in de zin van artikel 407 Sv Pro, zodat beperking van het hoger beroep niet mogelijk is. Een partieel hoger beroep leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij de betrokkene of zijn raadsman ter terechtzitting verklaart het beroep zonder beperking voort te zetten. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor volledige behandeling van het hoger beroep.
Deze uitspraak verduidelijkt de procedurele regels rond hoger beroep in ontnemingszaken en benadrukt het belang van het instellen van het beroep tegen de gehele beslissing.
Uitkomst: Het hoger beroep was partieel ingesteld en daarom niet-ontvankelijk; de zaak is terugverwezen voor volledige behandeling.