ECLI:NL:HR:2012:BU4202
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering van opgelegd bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens termijnoverschrijding in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde het beroep in cassatie in tegen de hoogte van het opgelegde bedrag.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel niet tot cassatie kan leiden, omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat. Het tweede middel klaagt terecht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege te late verzending van stukken door het hof en de lange duur van de cassatiefase.
Als gevolg van deze termijnoverschrijding vermindert de Hoge Raad het bedrag van de ontneming van € 8.000,- naar € 7.200,-. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 januari 2012.
Uitkomst: Het opgelegde bedrag ter ontneming wordt verminderd naar € 7.200,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.