ECLI:NL:HR:2012:BU5266
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift wegens verbeurdverklaring geldbedrag in cassatiefase
In deze zaak heeft de Rechtbank Utrecht een klaagschrift van klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het geldbedrag waar het klaagschrift betrekking op had reeds verbeurdverklaard was in een strafzaak tegen een derde. De Hoge Raad stelt vast dat het arrest van het Hof Amsterdam, dat de verbeurdverklaring bevestigde, onherroepelijk is geworden na verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv, indien het voorwerp inmiddels verbeurdverklaard is, moet worden opgevat als een klaagschrift ex artikel 552b Sv. Indien het gerecht dat het klaagschrift ontvangt niet bevoegd is om dit te behandelen, moet het de stukken doorzenden naar het bevoegde gerecht.
In dit geval is de verbeurdverklaring onherroepelijk geworden in de cassatiefase van het klaagschrift. Ook dan geldt dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift ex artikel 552b Sv. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en zendt de stukken door naar het bevoegde hof voor verdere behandeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak naar het bevoegde gerechtshof voor verdere behandeling.