ECLI:NL:HR:2012:BU5651
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg begrip 'partij' in artikel 10 Successiewet bij schuldigerkenning binnen huwelijksgemeenschap
Belanghebbenden ontvingen aanslagen successierecht na overlijden van hun grootvader en vader, waarbij de vader een schuldigerkenning deed aan belanghebbenden uit de nalatenschap van de grootvader. De moeder van belanghebbenden was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met de vader.
De Rechtbank Haarlem verklaarde beroepen gegrond en verminderde de aanslagen, maar het Hof Amsterdam vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de moeder als partij bij de schuldigerkenning moest worden aangemerkt, waardoor artikel 10 SW Pro van toepassing was. Belanghebbenden stelden cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkel gehuwd zijn in gemeenschap van goederen niet betekent dat de echtgenoot automatisch partij is bij rechtshandelingen van de andere echtgenoot. Het Hof had geen feiten genoemd die dit konden onderbouwen. De civielrechtelijke uitleg van 'partij' in artikel 10 SW Pro moet worden gevolgd, geen eigen fiscale interpretatie. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.