ECLI:NL:HR:2012:BU7247

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03566
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 151 RvArt. 157 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijskracht koop-/leveringsakte bij geschil over teruglevering perceel

In deze zaak stond de vraag centraal of een deel van een perceel grond dat niet onderdeel was van de verkoop, teruggeleverd moest worden aan de oorspronkelijke eigenaar. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het hof de bewijskracht van de koop-/leveringsakte had bevestigd en het beroep van eiser had verworpen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelt het cassatieberoep van eiser. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser voor een deel van het beroep en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitspraak

13 januari 2012
Eerste Kamer
10/03566
EV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 196405/HA ZA 05-1254 van de rechtbank Utrecht van 18 juli 2007;
b. de arresten in de zaak 104.004.088 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 september 2008, 7 juli 2009 en 4 mei 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn beroep van het arrest van 7 juli 2009 en verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 januari 2012.