ECLI:NL:HR:2012:BU7359
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over onbillijkheid niet-ontvankelijkheid bij te late griffierechtbetaling
In deze cassatieprocedure stond de ontvankelijkheid van het beroep centraal, omdat het griffierecht niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn was voldaan. De griffie had de advocaat van eiseres een brief gestuurd waarin werd aangegeven dat het griffierecht binnenkort zou worden afgeschreven of dat een acceptgiro zou volgen. De betaling vond uiteindelijk plaats na de termijn die volgens de wet was gesteld.
De advocaat van eiseres voerde aan dat hij mocht vertrouwen op de mededeling van de griffie en dat de betaling daarom tijdig was gedaan. De Hoge Raad verwees naar een eerdere uitspraak (HR 4 november 2011, LJN BU3348) waarin een vergelijkbare situatie aan de orde was, waarbij sprake was van verwarringwekkende informatie van de gerechtelijke administratie.
Op grond van die jurisprudentie oordeelde de Hoge Raad dat het opleggen van de sanctie van niet-ontvankelijkheid in dit geval een onbillijkheid van overwegende aard oplevert. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep ontvankelijk en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Eiseres wordt ontvankelijk verklaard ondanks te late betaling van griffierecht wegens onbillijkheid van overwegende aard.