ECLI:NL:HR:2012:BU7360
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens ontbreken motivering afwijking standpunt ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) in een hennepteeltzaak. De veroordeelde was eerder door de politierechter veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op basis van een eerdere oogst van 763 hennepplanten, terwijl de verdediging had aangevoerd dat er onvoldoende bewijs was voor een eerdere oogst en dat alternatieve verklaringen mogelijk waren voor de aanwezigheid van plantenresten. De verdediging had dit uitdrukkelijk en onderbouwd naar voren gebracht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof gebonden is aan het oordeel van de strafrechter in de hoofdzaak, maar dat het hof wel een zelfstandig oordeel moet vormen over de vaststelling van het bedrag waarop het w.v.v. wordt geschat. Het hof is echter in strijd met art. 359, tweede lid, Sv tekortgeschoten door niet in het bijzonder de redenen te geven voor het afwijken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbreken motivering voor afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.