ECLI:NL:HR:2012:BU7625
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Op 14 februari 2012 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 augustus 2009. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging, met vermindering van de straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot acht maanden en drie weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De strafvermindering werd ambtshalve toegepast vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. De overige middelen van cassatie konden niet tot cassatie leiden, zodat de uitspraak in zoverre in stand bleef.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt ambtshalve verminderd tot acht maanden en drie weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.