ECLI:NL:HR:2012:BU7647
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde geldboete van €1.400,- naar €1.200,- en een vermindering van de vervangende hechtenis tot 23 dagen.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis, en verwerpt het beroep voor het overige. De overschrijding van de redelijke termijn wordt veroorzaakt door een vertraging van meer dan twaalf maanden bij de Hoge Raad zelf.
De overige middelen van cassatie worden niet gegrond bevonden en behoeven geen nadere motivering. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 27 maart 2012.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd naar €1.200,- en de vervangende hechtenis tot 23 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.