ECLI:NL:HR:2012:BU9856
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen dwangsomveroordeling en opheffing vordering
In deze zaak stond een dwangsomveroordeling centraal, waarbij eiseres in eerste aanleg en het gerechtshof in hoger beroep tegen verweerster een vordering tot opheffing van die dwangsom hadden ingesteld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam voor het geding in feitelijke instanties.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof, terwijl verweerster verstek liet gaan in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en eiseres wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die aan de zijde van verweerster nihil worden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.