ECLI:NL:HR:2012:BV0621

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01559
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting

De erfgenamen van A hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 maart 2011, waarin het hof uitspraak deed over navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de vermogensbelasting, alsmede de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard of niet-ontvankelijkheid werd vastgesteld. Hierdoor blijft de uitspraak van het hof in stand.

De zaak betreft fiscale navorderingsaanslagen en de rechtspositie van de erfgenamen met betrekking tot de aanslagen en de heffingsrente. De Hoge Raad heeft geen inhoudelijke beoordeling gegeven, maar het cassatieberoep afgewezen op procedurele gronden.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de erfgenamen van A, gewoond hebbende te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 3 maart 2011, nr. 04/02837, betreffende navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en in de vermogensbelasting (hierna: VB) en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.