ECLI:NL:HR:2012:BV0621
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting
De erfgenamen van A hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 maart 2011, waarin het hof uitspraak deed over navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de vermogensbelasting, alsmede de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard of niet-ontvankelijkheid werd vastgesteld. Hierdoor blijft de uitspraak van het hof in stand.
De zaak betreft fiscale navorderingsaanslagen en de rechtspositie van de erfgenamen met betrekking tot de aanslagen en de heffingsrente. De Hoge Raad heeft geen inhoudelijke beoordeling gegeven, maar het cassatieberoep afgewezen op procedurele gronden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.