ECLI:NL:HR:2012:BV1343
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over invorderingsrente op grond van Invorderingswet 1990
In deze zaak heeft X te Z beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 maart 2011. Het geschil betrof de invorderingsrente die de ontvanger had opgelegd op basis van artikel 30 van Pro de Invorderingswet 1990. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en het beroep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De kern van het geschil lag in de vraag of de beschikking van de ontvanger inzake de invorderingsrente rechtmatig was. Het Gerechtshof had eerder geoordeeld over de rechtmatigheid van deze beschikking en de Hoge Raad bevestigde deze uitspraak door het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.
Deze uitspraak onderstreept het belang van de rechtsgang in belastingzaken en de toepassing van de Invorderingswet 1990 bij het opleggen van invorderingsrente. Het arrest is van belang voor de rechtspraktijk omdat het de grenzen aangeeft van het cassatieberoep tegen uitspraken over belastinginvorderingsrente.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het Gerechtshof in stand blijft.