ECLI:NL:HR:2012:BV1386
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over winstuitdeling pensioenverplichtingen BV
Belanghebbende, een BV, nam pensioenverplichtingen over van een pensioenstichting die deze verplichtingen sinds 1976 droeg. De Inspecteur stelde bij de aanslag vennootschapsbelasting 2003 een verlies vast, dat na bezwaar werd verhoogd. Rechtbank en Hof verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden dat sprake was van een winstuitdeling vanwege het verschil tussen de waarde van de overgenomen pensioenverplichtingen en de mee overgedragen middelen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de pensioenbrieven uit 1992, waarin aan werknemers een pensioen van 70% van het laatstverdiende loon werd toegezegd, niet relevant zijn. De stichting was weliswaar drager van de verplichtingen, maar de BV had zich mogelijk uit zakelijke overwegingen verplicht deze pensioenaanspraken na te komen.
Daarom wordt het beroep in cassatie gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt de Staat veroordeeld in griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem.