ECLI:NL:HR:2012:BV1797

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02594
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:151 lid 1 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 3:153 lid 1 Wet inkomstenbelasting 2001Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad behandelt cassatie tegen belastingaanslagen en premies

De zaak betreft het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 19 april 2011. Het geschil richt zich op de aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede de premies ingevolge de Ziekenfondswet, opgelegd aan een belastingplichtige te Z. Daarnaast gaat het om beschikkingen zoals bedoeld in artikel 3.151, lid 1, en artikel 3.153, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), wat inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet-ontvankelijk is verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Hierdoor blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand.

Deze uitspraak bevestigt de rechterlijke toetsing van belastingaanslagen en premies en benadrukt de grenzen van cassatieberoep in fiscale zaken. De Hoge Raad geeft hiermee aan dat niet aan de vereisten voor een ontvankelijk cassatieberoep is voldaan, zonder verdere inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 81 RO.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 19 april 2011, nr. 09/00458, betreffende aan X te Z opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en in de premie ingevolge de Ziekenfondswet, alsmede beschikkingen als bedoeld in artikel 3.151, lid 1, en artikel 3.153, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001.