ECLI:NL:HR:2012:BV2944
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze economische strafzaak werd door de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte had beroep ingesteld tegen een opgelegde geldboete van €100.000,- waarvan €50.000,- voorwaardelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden in de cassatiefase. Dit leidde tot een vermindering van de geldboete tot €97.500,- waarvan €50.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat deze niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en bevestigde het arrest voor het overige. Hiermee werd het beroep van de verdachte deels gehonoreerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot €97.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.