ECLI:NL:HR:2012:BV2954
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring onjuiste aangifte omzetbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting door verdachte en medeverdachten over diverse aangiftetijdvakken van 1999 tot 2002.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte en medeverdachten valse facturen van een niet-bestaand bedrijf gebruikten om te weinig belasting te betalen. De verdachte was directeur-grootaandeelhouder van betrokken vennootschappen en ondertekende de aangiften.
De Hoge Raad oordeelde dat de gebruikte facturen geen betrekking hadden op de in de bewezenverklaring genoemde aangiftetijdvakken, waardoor de motivering van de bewezenverklaring onvoldoende was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor dit onderdeel en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 maart 2012.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel onjuiste aangifte omzetbelasting en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.