Uitspraak
de erfgenamen van [A], (hierna: de erflater) gewoond hebbende te
[Z](hierna: de verzoekers).
Hoge Raad
De erfgenamen van de erflater hebben de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de proceskosten van het cassatieberoep en tot vergoeding van (im)materiële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het cassatieberoep was gericht tegen uitspraken van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage over belastingaanslagen en boetebeschikkingen.
De Staatssecretaris heeft het beroep in cassatie ingetrokken. De Hoge Raad beoordeelde het verzoek tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden sinds de indiening van het cassatieberoep op 28 juni 2011. Tevens is een klacht tegen het niet-toekennen van schadevergoeding door het Hof niet ontvankelijk in deze procedure.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten aan de zijde van de erflater, vastgesteld op €874, en wees het verzoek om schadevergoeding af. Dit arrest is gewezen door raadsheren Schaap, Feteris en Koopman en op 10 februari 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.