ECLI:NL:HR:2012:BV3284
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af en veroordeelt Staatssecretaris in proceskosten
De erflater was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking. Na een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage werd door de Staatssecretaris van Financiën een cassatieberoep ingesteld, dat later werd ingetrokken. De erfgenamen van de erflater verzochten de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad overwoog dat de redelijke termijn sinds het indienen van het cassatieberoep niet was overschreden en dat een klacht over niet-toekenning van schadevergoeding wegens termijnoverschrijding niet in deze procedure kan worden behandeld. Wel achtte de Hoge Raad het redelijk om de Staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de erflater redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de cassatieprocedure.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de helft van € 1748 aan proceskosten en wees het verzoek om schadevergoeding af. Hiermee werd de procedure afgesloten met een duidelijke afwijzing van de schadevergoeding en een gedeeltelijke toewijzing van de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af en veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 874 aan proceskosten.