ECLI:NL:HR:2012:BV3927
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest aansprakelijkstelling bestuurder loonbelasting wegens onjuiste beoordeling meldingsplicht betalingsonmacht
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde loonbelasting en premie volksverzekeringen van A B.V., waarvan hij bestuurder was. Na bezwaar en beroep werd de aansprakelijkstelling bevestigd door rechtbank en hof. In cassatie betwistte belanghebbende dat de aansprakelijkstelling terecht was verminderd vanwege betalingen door derden en dat met een brief van 28 augustus 2006 aan de Belastingdienst een meldingsplicht was nagekomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld dat de brief geen melding van betalingsonmacht inhield. De brief toonde liquiditeitsproblemen en een verzoek om uitstel, wat onder de meldingsplicht valt, ook bij tijdelijke betalingsonmacht. Het hof had dit onvoldoende gemotiveerd en daarom werd het arrest vernietigd.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de kosten van het cassatieproces. De beoordeling van kosten voor eerdere procedures wordt aan het verwijzingshof overgelaten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.