ECLI:NL:HR:2012:BV7140
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn en niet-ontvankelijk verzoek nader onderzoek
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor het niet tijdig verstrekken van gegevens aan de Gemeentelijke Sociale Dienst. Het hof had een taakstraf van honderd uur opgelegd.
Verdachte had in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek ingediend om de zaak aan te houden voor nader onderzoek, met name over observaties op de Beverwijkse Bazaar. Dit verzoek voldeed echter niet aan de eisen van artikel 330 Sv Pro, omdat het niet concreet genoeg was omschreven. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was op dit verzoek te beslissen.
Daarnaast stelde verdachte dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden in de cassatiefase door late indiening van stukken. De Hoge Raad gaf hem daarin gelijk en besloot de opgelegde taakstraf te verminderen naar 95 uur, met een corresponderende vermindering van de vervangende hechtenis naar 47 dagen.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en bevestigde daarmee het merendeel van het hofarrest, met uitzondering van de strafmaat.
Uitkomst: De taakstraf is verminderd naar 95 uur en de vervangende hechtenis naar 47 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.