ECLI:NL:HR:2012:BV7386
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatie tegen uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake inkomstenbelasting en boetebeschikking
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 3 maart 2011. Het geschil gaat over een aan een belastingplichtige opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede de daarbij behorende boetebeschikking.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), hetgeen inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet-ontvankelijk is bevonden zonder inhoudelijke beoordeling.
Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet tot een inhoudelijke herziening van het hofarrest heeft geleid. Daarmee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand. De zaak betreft daarmee een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke procedure over aanslag en boete.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 81 RO.