ECLI:NL:HR:2012:BV7434
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Op 3 april 2012 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2010. De verdachte heeft het beroep in cassatie ingesteld, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie laten indienen.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad overweegt dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet is nageleefd. Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het beroep.
De Hoge Raad verklaart de verdachte dan ook niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af. Deze beslissing is genomen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.