ECLI:NL:HR:2012:BV8251
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Nietigheid inleidende dagvaarding wegens onjuiste betekening naar buitenlands adres
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de inleidende dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan verdachte, die op Curaçao woonde. Het hof had geoordeeld dat de dagvaarding geldig was betekend, mede omdat verdachte op de hoogte was van de zittingsdatum, ondanks zijn afwezigheid.
De Hoge Raad stelde vast dat noch de akte van uitreiking, noch het register van aangetekende verzendingen aannemelijk maakten dat de dagvaarding daadwerkelijk naar het buitenlandse adres van verdachte was verzonden. In plaats daarvan was een Nederlands adres vermeld, wat niet voldeed aan de vereisten van artikel 588 Sv Pro.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het feit dat verdachte niet was verschenen op de zitting niet kon verhinderen dat de dagvaarding nietig werd verklaard. De nietigheid kan niet worden achterwege gelaten omdat verdachte niet op de hoogte was gesteld volgens de wettelijke regels.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verklaarde de inleidende dagvaarding nietig, waarna de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens niet-naleving van artikel 588 Sv en vernietigt het arrest van het hof.