ECLI:NL:HR:2012:BV8650
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in verkrachtingszaak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 2000, waarbij de aanvrager was veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens twee gevallen van verkrachting.
De Hoge Raad beoordeelt of het verzoek tot herziening voldoet aan de vereisten van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering. Volgens deze bepalingen moet het verzoek nieuwe, met bewijsmiddelen gestaafde feiten bevatten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid.
De Hoge Raad stelt vast dat de aanvrage geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden bevat. Daarom kan het verzoek niet worden ontvangen en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, met de raadsheren Splinter-van Kan en Groos, en uitgesproken op 13 maart 2012.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan nieuwe feiten.