ECLI:NL:HR:2012:BV9068

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02428
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt de middelen en constateert dat de eerste twee middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Het derde middel klaagt terecht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

Hoewel de overschrijding van de redelijke termijn wordt erkend, weegt de Hoge Raad mee dat de opgelegde straf een taakstraf van zestig uur betreft, subsidiair dertig dagen hechtenis. Gezien de ernst en de aard van de straf en de mate van overschrijding, acht de Hoge Raad het niet noodzakelijk om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.

Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Hof in stand. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 17 april 2012, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma betrokken waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen.

Uitspraak

17 april 2012
Strafkamer
nr. S 10/02428
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 mei 2010, nummer 20/003748-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het derde middel
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 april 2012.