ECLI:NL:HR:2012:BV9068
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder rechtsgevolg
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt de middelen en constateert dat de eerste twee middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Het derde middel klaagt terecht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, doordat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Hoewel de overschrijding van de redelijke termijn wordt erkend, weegt de Hoge Raad mee dat de opgelegde straf een taakstraf van zestig uur betreft, subsidiair dertig dagen hechtenis. Gezien de ernst en de aard van de straf en de mate van overschrijding, acht de Hoge Raad het niet noodzakelijk om aan deze overschrijding rechtsgevolgen te verbinden.
Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Hof in stand. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 17 april 2012, waarbij de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma betrokken waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, zonder rechtsgevolgen.