ECLI:NL:HR:2012:BV9201
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling inschrijvingsplicht op grond van de Leerplichtwet 1969 na eerste leerplichtige periode
In deze zaak stond centraal of een beroep op vrijstelling van de inschrijvingsplicht op grond van artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet 1969 ook na het eerste leerplichtige schooljaar kan worden gedaan. De verdachte werd verweten niet te hebben voldaan aan de inschrijvingsplicht voor zijn kind gedurende de periode van 20 oktober 2006 tot en met 23 oktober 2007.
Het hof oordeelde dat het stelsel van de Leerplichtwet 1969 niet voorziet in de mogelijkheid om na het eerste leerplichtige schooljaar alsnog een kennisgeving in te dienen om vrijstelling te verkrijgen. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd. Ook werd geoordeeld dat de kennisgeving van 26 januari 2006 ongeldig was omdat het kind in het voorgaande schooljaar reeds was ingeschreven.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad de stelling dat artikel 8 lid 2 van Pro de Leerplichtwet 1969 niet van toepassing zou zijn op openbare basisscholen vanwege het ontbreken van een levensbeschouwelijke richting. Het hof en de Hoge Raad stelden dat bedenkingen tegen het ontbreken van een levensbeschouwelijke of godsdienstige richting ook onder deze bepaling vallen.
Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat na het eerste leerplichtige schooljaar geen nieuwe vrijstellingskennisgeving kan worden ingediend.