ECLI:NL:HR:2012:BW0219
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- G. Snijders
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid gemeente voor onjuiste inlichtingen over bestemmingsplan gebruik
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente 's-Hertogenbosch en een belanghebbende die eigenaar is van een perceel met bedrijfsruimte. De belanghebbende had herhaaldelijk bouwvergunningen aangevraagd en verzocht om medewerking voor het gebruik van zijn perceel voor detailhandel boven een bepaalde oppervlakte. De gemeente verstrekte in 2003 een brief waarin werd aangegeven dat het stedenbouwkundige beleid een maximale vloeroppervlakte van 250 m² detailhandel hanteerde en dat een groter gebruik niet kon worden toegestaan.
De belanghebbende verhuurde daarop een deel van zijn pand aan een fitnesscentrum en stelde de gemeente aansprakelijk voor het verschil in huurinkomsten, stellende dat de gemeente onjuiste informatie had gegeven over de mogelijkheden van detailhandelsgebruik. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde de belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De Hoge Raad overwoog dat de brief van de gemeente niet kon worden opgevat als een mededeling dat het gewenste gebruik niet mogelijk was, omdat de beperking van 250 m² door het uitblijven van een reparatie van het bestemmingsplan niet meer gold. De belanghebbende kon aan de brief geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen en zijn vorderingen zijn ongegrond.
De Hoge Raad benadrukte dat onrechtmatigheid en aansprakelijkheid van de gemeente afhangen van de vraag of de belanghebbende redelijkerwijs mocht vertrouwen op de juistheid en volledigheid van de verstrekte inlichtingen. In dit geval was dat niet het geval, mede omdat de belanghebbende werd bijgestaan door een advocaat en zelf de situatie had kunnen overzien.
De Hoge Raad veroordeelde de belanghebbende in de kosten van hoger beroep en cassatie en deed zelf de zaak af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen van de belanghebbende af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.