ECLI:NL:HR:2012:BW1264

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01628
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt berekening schadeloosstelling bij onteigening

In deze zaak stond de berekening van de schadeloosstelling bij onteigening centraal. Eiseres, wonende te een woonplaats, stelde zich op het standpunt dat de door de rechtbank Maastricht toegewezen schadeloosstelling onjuist was berekend. De rechtbank had in eerste aanleg een vonnis gewezen, waartegen eiseres beroep in cassatie instelde.

De Hoge Raad verwees naar het vonnis van de rechtbank Maastricht van 26 januari 2010 en nam kennis van de cassatiedagvaarding en de conclusie van de Advocaat-Generaal. Na behandeling van het cassatieberoep concludeerde de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep, waarop eiseres schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Fleers als voorzitter en raadsheren van Oven, Streefkerk, Asser en Loth, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer van Oven op 25 mei 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

25 mei 2012
Eerste Kamer
11/01628
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. C.M.E. Verhaegh en mr. R. van der Zwan,
t e g e n
DE GEMEENTE HEERLEN,
zetelende te Heerlen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. W.J. Bosma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 121714/HA ZA 07-706 van de rechtbank Maastricht van 26 januari 2010.
Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 19 april 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk, W.D.H. Asser en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 mei 2012.