ECLI:NL:HR:2012:BW1285

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01468
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewijslastverdeling bij koop- en vaststellingsovereenkomst

In deze zaak stond de bewijslastverdeling bij een koopovereenkomst en een vaststellingsovereenkomst centraal. WPK, gevestigd te Made, stelde cassatie in tegen Saveol, een Franse onderneming, na eerdere uitspraken van de rechtbank Breda en het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten en behandelde het cassatieberoep op basis van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De klachten van WPK in het cassatieberoep werden door de Hoge Raad niet gegrond bevonden. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet leidden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het arrest werd gewezen door een kamer van drie raadsheren onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven. WPK werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, terwijl Saveol verstek liet gaan.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van WPK en bevestigt de bewijslastverdeling bij koop- en vaststellingsovereenkomsten.

Uitspraak

1 juni 2012
Eerste Kamer
11/01468
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WESTLANDSE PLANTENKWEKERIJ B.V.,
gevestigd te Made, gemeente Drimmelen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
SOCIETE MARACHAIRE DE L'OUEST, handelende onder de naam S.i.c.a. Saveol,
gevestigd te Plougastel Daoulas, Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als WPK en Saveol.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 133012/HA ZA 04-875 van de rechtbank Breda van 26 januari 2005, 8 juni 2005 en 7 maart 2007;
b. de arresten in de zaak HD 103.004.930 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 januari 2010 en 7 september 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft WPK beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Saveol is verstek verleend.
De zaak is voor WPK toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt WPK in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Saveol begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 1 juni 2012.