ECLI:NL:HR:2012:BW1350
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin de aanvrager werd veroordeeld voor medeplegen van het doen overtreden van artikel 48 van Pro de Douanewet. De aanvrager was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. De Hoge Raad heeft eerder de geldboete verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In de herzieningsaanvraag stelde de aanvrager dat de Belastingdienst de bezwaren tegen uitnodigingen tot betaling (UTB's) gegrond had verklaard en dat hij niet langer als schuldenaar werd beschouwd. De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheid geen betrekking had op het strafbare feit van medeplegen en dat er geen verband was tussen de UTB's en de onjuiste aangiften.
Daarom bevatte de aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou hebben geleid. Gelet op de wettelijke vereisten kon de aanvrage niet worden ontvangen en werd deze niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante omstandigheden.