ECLI:NL:HR:2012:BW1447
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bewijsmiddelen
De aanvrage tot herziening betrof een vonnis van de Politierechter te Haarlem van 29 mei 2007, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor het bezit van een vervalst reisdocument. De aanvrage werd ingediend door de advocaat van de aanvrager en richtte zich op het verzoek tot herziening van dit vonnis.
De Hoge Raad beoordeelde de aanvrage aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, waarin is bepaald dat een herzieningsverzoek moet worden ondersteund door een opgave van bewijsmiddelen die nieuwe feiten of omstandigheden aantonen die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid.
In deze zaak bevatte de aanvrage geen opgave van bewijsmiddelen ter onderbouwing van de genoemde omstandigheden. Hierdoor voldeed de aanvrage niet aan de wettelijke vereisten en kon deze niet worden ontvangen. De Hoge Raad verklaarde de aanvrage daarom niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot herziening af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een opgave van bewijsmiddelen.