ECLI:NL:HR:2012:BW1486

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03759
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 SvArt. 94 SvArt. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen beslissing vereist over inbeslaggenomen geldbedrag bij ontbreken verbeurdverklaring

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof het ontbreken van een beslissing over een inbeslaggenomen geldbedrag van €20. Het hof had geen beslissing genomen over dit bedrag omdat het uit het proces-verbaal en het vonnis bleek dat de Politierechter had vastgesteld dat geen beslag meer rustte op het geldbedrag.

De Hoge Raad overwoog dat in eerste aanleg geen beslissing was genomen over de door de Officier van Justitie gevorderde verbeurdverklaring van het geldbedrag. Tevens bleek niet dat in hoger beroep door verdachte of zijn raadsman om teruggave was verzocht. Hierdoor was het oordeel van het hof begrijpelijk dat geen beslissing over het beslag meer vereist was.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest voor zover geen beslissing was gegeven over het geldbedrag, maar de Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige. Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep geheel en bevestigde dat het hof niet verplicht was een beslissing te nemen over het inbeslaggenomen geldbedrag.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof geen beslissing hoefde te nemen over het inbeslaggenomen geldbedrag van €20.

Uitspraak

8 mei 2012
Strafkamer
nr. S 10/03759
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 augustus 2010, nummer 23/003762-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is gegeven over het inbeslaggenomen geldbedrag van € 20,-, tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing heeft genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 20,-.
2.2. Kennelijk heeft het Hof uit het proces-verbaal van de in eerste aanleg gehouden terechtzitting en het naar aanleiding daarvan gewezen vonnis afgeleid dat de Politierechter heeft vastgesteld dat geen krachtens art. 94 Sv Pro gelegd beslag meer op een geldbedrag van € 20,- rustte, en geoordeeld dat om die reden geen beslissing omtrent zodanig beslag meer is vereist. In aanmerking genomen dat in eerste aanleg geen beslissing is genomen omtrent de door de Officier van Justitie gevorderde verbeurdverklaring van bedoeld geldbedrag, en niet blijkt dat ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte of door zijn raadsman om de teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag is verzocht, is dat oordeel niet onbegrijpelijk.
2.3. Het middel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 mei 2012.