ECLI:NL:HR:2012:BW1844
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatieberoep inzake schadevergoeding navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 12 juli 2011, waarin het hof uitspraak deed over een verzoek tot schadevergoeding in verband met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), wat inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van een voldoende belang of andere procesrechtelijke gronden.
De uitspraak bevestigt daarmee de uitspraak van het gerechtshof en sluit het verzoek tot schadevergoeding af. De zaak betreft bestuursrechtelijke aspecten in combinatie met belastingrecht, waarbij de rechtmatigheid van navorderingsaanslagen en de daaruit voortvloeiende heffingsrente centraal stonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgewezen op grond van artikel 81 RO, waarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem in stand blijft.