ECLI:NL:HR:2012:BW2972
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten
De aanvrager werd door de Kantonrechter te 's-Gravenhage veroordeeld voor overtreding van de bouwverordening met geldboetes en subsidiaire hechtenis. De aanvrage tot herziening betrof een verzoek om herziening van dit vonnis op grond van nieuwe feiten die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren.
De aanvrager stelde dat het hoger beroep van zijn vader, die voor dezelfde feiten was veroordeeld, had geleid tot vrijspraak door het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Dit hof had geoordeeld dat het tenlastegelegde niet bewezen was, mede op basis van nader politieonderzoek naar betrokken getuigen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de vrijspraak van de vader geen nieuwe feitelijke omstandigheid oplevert die ook in de zaak van de aanvrager tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou kunnen leiden. Er werden geen aanvullende bewijsmiddelen aangevoerd die het ernstig vermoeden wekken dat de aanvrager onterecht is veroordeeld.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en handhaafde het vonnis van de Kantonrechter.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die het vonnis zouden kunnen wijzigen.