ECLI:NL:HR:2012:BW3315
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- G. de Groot
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat voordeel privégebruik auto vóór 2006 niet tot 30%-regeling grondslag behoort
Belanghebbende, een Noorse werknemer die in Nederland werkte, kreeg voor de jaren 2003 en 2004 aanslagen inkomstenbelasting opgelegd waarbij de bijtelling voor privégebruik van een ter beschikking gestelde auto niet werd meegerekend in de grondslag van de 30%-regeling. De rechtbank verklaarde de beroepen van belanghebbende ongegrond, maar het hof vernietigde deze uitspraak en rekende het voordeel van de auto wel tot het loon voor de 30%-regeling.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, stellende dat het voordeel van het privégebruik van de auto volgens de wetgeving van die jaren niet tot het loon behoorde voor de toepassing van de 30%-regeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had aangenomen door het voordeel tot de grondslag te rekenen.
De Hoge Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond en dat van de Staatssecretaris gegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de loonbegrippen in relatie tot de 30%-regeling voor de jaren vóór 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het voordeel van privégebruik auto vóór 2006 niet tot de grondslag van de 30%-regeling behoort en vernietigt het arrest van het hof.