ECLI:NL:HR:2012:BW3694
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens grondslagverlating bij bewezenverklaring schuldheling
In deze strafzaak was verdachte ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 5 augustus 2009 te Rotterdam meerdere goederen, waaronder een personenauto, cd's, een navigatieapparaat en andere voorwerpen, had verworven of voorhanden had terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen.
Het hof verklaarde bewezen dat verdachte goederen had voorhanden gehad waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen, maar noemde in de bewezenverklaring geen van de specifiek in de tenlastelegging genoemde goederen. Vervolgens sprak het hof verdachte vrij van het meer of anders tenlastegelegde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof daardoor de grondslag van de tenlastelegging had verlaten, wat in strijd is met de artikelen 348 en 350 in verbinding met 415 Sv. Hierdoor heeft het hof niet beraadslaagd en beslist op de grondslag van de tenlastelegging.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor zover het onder 6 tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens grondslagverlating en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.