ECLI:NL:HR:2012:BW4018

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05434
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging koopovereenkomst verzekeringsportefeuille wegens dwaling

In deze zaak stond de vernietiging van een koopovereenkomst van een verzekeringsportefeuille centraal, waarbij dwaling als grond werd aangevoerd. De zaak werd behandeld door rechtbank en gerechtshof, waarvan de vonnissen en arresten integraal aan het arrest zijn gehecht. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen, waarmee de vernietiging van de koopovereenkomst werd bevestigd.

De procedure kende meerdere fases, met diverse vonnissen en arresten in de feitelijke instanties. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de beoordeling van het deskundigenrapport en het bewijsaanbod. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door een kamer van raadsheren onder voorzitterschap van A.M.J. van Buchem-Spapens en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven op 15 juni 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling blijft in stand.

Uitspraak

15 juni 2012
Eerste Kamer
10/05434
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 229776/HA ZA 04-3350 van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 september 2004, 8 december 2004 en 30 maart 2005;
b. de arresten in de zaak 105.003.425/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 mei 2007, 17 juli 2007 en 27 juli 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 15 mei 2007 en 27 juli 2010 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door mr. P. Garretsen. Namens [verweerder] is de zaak toegelicht door mr. A. van Staden ten Brink en mr. E. Nijhof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 26 april 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 15 juni 2012.