ECLI:NL:HR:2012:BW4153
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Gebruik personenauto's voor taxivervoer en naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM). Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het gerechtshof werd de aanslag verminderd. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de vraag of de ritten met de auto's naar en vanuit Spanje als taxivervoer konden worden aangemerkt, wat bepalend is voor de teruggaaf van BPM. Het hof oordeelde dat ten minste de helft van de ritten in de particuliere sfeer plaatsvond, mede gelet op het vervoer van familieleden en de gedeelde kosten van verblijf en ritten.
De Hoge Raad bevestigde dat het niet uitsluitend van belang is of een zakelijke vergoeding is gevraagd, maar dat ook andere omstandigheden kunnen bepalen of de ritten als taxivervoer gelden. Het hof had het oordeel dat de ritten niet overwegend taxivervoer waren, zonder schending van de wet, kunnen baseren op feitelijke waarderingen die niet in cassatie kunnen worden getoetst.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM wordt verminderd omdat de auto's niet nagenoeg geheel voor taxivervoer zijn gebruikt.