ECLI:NL:HR:2012:BW4307
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verzet tegen invordering verbeurde dwangsommen
In deze zaak stond het verzet tegen de invordering van verbeurde dwangsommen centraal. De Gemeente Westland was eiseres in cassatie en richtte zich tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 juli 2011, waarin het verzet van de Zonnebloem c.s. tegen de invordering van dwangsommen was bevestigd.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 april 2010 en het arrest van het hof. In cassatie heeft de Hoge Raad overwogen dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het beroep van de Gemeente Westland wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, met een nihil begroting aan de zijde van de Zonnebloem c.s. Dit arrest bevestigt de eerdere uitspraak van het hof en maakt duidelijk dat verzet tegen invordering van verbeurde dwangsommen mogelijk is onder de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente Westland wordt verworpen en het verzet tegen de invordering van verbeurde dwangsommen bevestigd.