ECLI:NL:HR:2012:BW4754
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat correctiebericht geen uitzondering vormt op tijdige rechtsmiddelen bij loonbelasting
Belanghebbende, een scheepvaartbedrijf, maakte over de jaren 2002 tot en met 2006 aanspraak op een afdrachtvermindering loonbelasting voor zeevarend personeel. In 2007 diende zij correctieberichten in om een hogere afdrachtvermindering te claimen voor in EU/EER woonachtige zeevarenden. De Inspecteur legde daarop naheffingsaanslagen op en weigerde de correctieberichten als verzoeken om ambtshalve vermindering te honoreren.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen ongegrond, omdat zij niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen de oorspronkelijke aangiften. Belanghebbende stelde in cassatie dat artikel 28a Wet LB 1964 een uitzondering op deze regel inhoudt.
De Hoge Raad oordeelde dat noch de tekst noch de parlementaire geschiedenis van artikel 28a een dergelijke uitzondering ondersteunen. De verschuldigdheid van de op aangifte afgedragen loonbelasting staat derhalve definitief vast indien niet tijdig bezwaar is gemaakt. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven in stand.