ECLI:NL:HR:2012:BW4995

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01769
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt causale verband en verwerpt cassatieberoep in civiele zaak

In deze civiele zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het hof het causale verband tussen de gestelde onrechtmatige gedraging en de geleden schade heeft beoordeeld.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Middelburg en arresten van het hof, die integraal deel uitmaken van het geding. Verweerder is in cassatie verstek verleend. De advocaat van eisers heeft het beroep toegelicht, terwijl de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van verweerder nihil zijn vastgesteld.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Loth en Snijders, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 29 juni 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof bevestigd.

Uitspraak

29 juni 2012
Eerste Kamer
11/01769
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 03/13 van de rechtbank Middelburg van 18 februari 2004 en 23 februari 2005;
b. de arresten in de zaak 105.003.185/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 februari 2009 (tussenarrest) en 19 oktober 2010 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 29 juni 2012.