ECLI:NL:HR:2012:BW5178
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging deelneming aan criminele en terroristische organisatie volgens art. 140 en 140a Sr
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd bewezenverklaard deel te nemen aan een organisatie die strafbare en terroristische misdrijven nastreefde. De organisatie bestond uit meerdere leden en had als doel onder meer het opruien tot strafbare feiten, het verspreiden van opruiende geschriften en het aanzetten tot haat en geweld.
Het hof had geoordeeld dat verdachte daadwerkelijk een aandeel had gehad in, of gedragingen ondersteunde die strekten tot de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, en daarmee deelnam in de zin van art. 140 en Pro 140a Sr. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht. De Hoge Raad bevestigde het juridische kader dat deelneming ook kan bestaan uit het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, mits deze een aandeel vormen in de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. De verdachte had onder meer bijeenkomsten bijgewoond waar gewelddadige jihad werd gepromoot, beeldmateriaal van onthoofdingen vertoond en zelf dergelijk materiaal verspreid. Ook werkte hij mee aan de verspreiding van een geschrift dat opriep tot gewapende jihad. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat deze gedragingen deelneming vormden.
Het arrest benadrukt het ruime begrip van deelneming aan een criminele of terroristische organisatie, waarbij ook niet-strafbare gedragingen als ondersteuning kunnen gelden, zolang deze bijdragen aan het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt deelneming verdachte aan criminele en terroristische organisatie en wijst cassatieberoep af.