ECLI:NL:HR:2012:BW5398
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en verjaring bij naheffingsaanslag Invorderingswet 1990
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor loonbelasting van A Limited op grond van artikel 49 Invorderingswet Pro 1990. Na bezwaar en beroep oordeelde het Hof dat belanghebbende de bewijslast droeg dat A Limited zekerheid had kunnen stellen bij uitstel van betaling, maar hierin faalde. Tevens verwierp het Hof het verjaringsverweer omdat dit pas in een civiele procedure aan de orde zou kunnen komen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad stelt dat de ontvanger bij uitstel van betaling de financiële situatie van de belastingschuldige moet onderzoeken en dat de bewijslast bij een betwisting van de aansprakelijkheid door de inlener bij de ontvanger ligt, niet bij de aansprakelijk gestelde.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het verjaringverweer ook in de procedure bij de belastingrechter kan worden gevoerd, ook na verwijzing, en dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat dit niet mogelijk was. De zaak wordt derhalve terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van deze uitgangspunten.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.