ECLI:NL:HR:2012:BW6214
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wettelijke rente als onderdeel schadevergoedingsmaatregel zonder concreet bedrag
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de wettelijke rente, die verschuldigd is over de schadevergoeding wegens vertraagde betaling, in de schadevergoedingsmaatregel concreet in euro's moet worden uitgedrukt. De verdachte was aansprakelijk gesteld voor materiële en immateriële schade aan het slachtoffer en werd verplicht tot betaling van een bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf het moment van het strafbare feit tot volledige voldoening.
Het hof had de schadevergoeding toegewezen tot een bepaald bedrag en de wettelijke rente niet in een concreet bedrag uitgedrukt, maar wel bepaald dat deze verschuldigd was vanaf de datum van het strafbare feit. De Hoge Raad bevestigde dat de wettelijke rente zonder ingebrekestelling verschuldigd is vanaf het moment van de schade en dat het niet vereist is om het rentebedrag vooraf in euro's vast te stellen.
De Hoge Raad benadrukte dat de duur van de vervangende hechtenis, die kan worden opgelegd bij niet-betaling, moet worden vastgesteld op basis van het bedrag van de hoofdsom, omdat de uiteindelijke omvang van de rente pas bij volledige betaling bekend is. Het beroep van de verdachte werd verworpen, waarmee de uitspraak van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke rente onderdeel is van de schadevergoedingsmaatregel en hoeft niet in een concreet bedrag te worden uitgedrukt.