ECLI:NL:HR:2012:BW6674
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over beslag en recht op rechtsbijstand bij voortduring conservatoir beslag
In deze zaak stond centraal het geschil over de voortduring van conservatoir beslag op banktegoeden van klaagster en klager, die dit beslag wilden laten opheffen om de honoraria van hun raadsman te kunnen betalen. Het hof had het belang van klaagster en klager bij gedeeltelijke opheffing van het beslag zwaarder gewogen dan het strafvorderlijk belang bij voortduring.
Klaagster en klager voerden aan dat de weigering van het Openbaar Ministerie om het beslag op te heffen in strijd was met het recht op vrije keuze van een raadsman zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro. Het hof achtte het belang van rechtsbijstand doorslaggevend en verklaarde het klaagschrift gegrond, gelast gedeeltelijke opheffing van het beslag tot een bedrag van €104.431,25.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door het recht op rechtsbijstand als grond voor opheffing van het beslag te zien. De omstandigheid dat klaagster en klager niet in staat zijn de kosten van hun raadsman te betalen, levert geen schending op van artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikkingen en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissingen van het hof en verwijst de zaak terug wegens onjuiste rechtsopvatting over recht op rechtsbijstand bij voortduring beslag.