ECLI:NL:HR:2012:BW6730
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke bevoegdheden gemeente bij woningvoorraad en Huisvestingswet
De zaak betreft een geschil tussen Cohabitat C.V. en de gemeente Lisse over de toepassing van privaatrechtelijke bevoegdheden van gemeenten in relatie tot de Huisvestingswet. Cohabitat stelde dat het verdelingsbeding in een koopakte onaanvaardbaar de Huisvestingswet doorkruist en daarom nietig is. De rechtbank en het hof verwierpen dit betoog voor zover het ging om portiekwoningen onder de huurprijsgrens.
Het hof oordeelde dat de Huisvestingswet gemeenten weliswaar een gesloten systeem van publiekrechtelijke instrumenten biedt, maar dat dit niet uitsluit dat gemeenten privaatrechtelijke overeenkomsten kunnen sluiten om de woningvoorraad te behouden. Het hof vond dat het verdelingsbeding en de wijze van toepassing daarvan geen onaanvaardbare doorkruising van de wet opleveren.
Cohabitat voerde verder aan dat het kettingbeding de omzetting van huurwoningen in koopwoningen belemmert, maar dit werd niet gegrond verklaard. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep, waarbij zij benadrukte dat het begrip woonruimteverdeling ruim mag worden opgevat en ook de instandhouding van de woningvoorraad omvat. De uitspraak bevestigt de mogelijkheid van gemeenten om via privaatrechtelijke middelen woonruimtebeleid te voeren binnen de grenzen van de Huisvestingswet.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Cohabitat wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.