ECLI:NL:HR:2012:BW6753

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02501
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 186 RvArt. 382 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor en herroeping

In deze zaak hebben eiser en medeeisers cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 december 2010, waarin hun verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en herroeping werd afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure bij lagere instanties.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiser c.s. heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en veroordeelt eiser c.s. in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten worden aan eiser c.s. opgelegd, begroot op nihil.

Uitspraak

10 augustus 2012
Eerste Kamer
11/02501
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 215643/HA ZA 04-1201 van de rechtbank Rotterdam van 18 augustus 2004 en 8 februari 2006;
b. de arresten in de zaak 105.004.739/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 juli 2008 en 17 november 2009;
c. het arrest in de zaak 200.068.621/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 december 2010.
Het arrest van het hof van 28 december 2010 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 28 december 2010 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 8 juni 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 10 augustus 2012.