ECLI:NL:HR:2012:BW6808
Hoge Raad
- Herziening
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens onjuiste interpretatie minder zware strafbepaling
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de aanvrager is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens medeplegen van meervoudige moord en aanverwante feiten. De aanvrager, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, verzocht herziening op grond van nieuwe feiten (nova) die volgens hem het ernstige vermoeden wekken dat het hof bij bekendheid daarvan niet tot een levenslange gevangenisstraf zou zijn gekomen.
De Hoge Raad beoordeelt dat krachtens art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2° Sv, herziening slechts mogelijk is indien de nieuwe feiten leiden tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een minder zware strafbepaling. De Hoge Raad verduidelijkt dat onder een minder zware strafbepaling moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt, en niet de oplegging van een andere sanctie door de rechter.
Omdat de aangevoerde nova niet voldoet aan deze definitie, kan het verzoek niet tot herziening leiden. De Hoge Raad verklaart het verzoek derhalve niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het arrest van het hof. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer en uitgesproken op 29 mei 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de nova geen minder zware strafbepaling betreft.