ECLI:NL:HR:2012:BW7369
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen arrest hof Arnhem over bevel tot gevangenhouding
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een bevel tot gevangenhouding had gegeven, omdat de rechtbank het eerder gegeven en later geschorste bevel tot voorlopige hechtenis had opgeheven. De Hoge Raad oordeelde dat de verdachte geen belang had bij de bespreking van dit middel, omdat het andere middel geen doel trof en er geen grond was voor ambtshalve cassatie.
De Hoge Raad bevestigde dat de bij het arrest van het hof opgelegde gevangenisstraf, verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, op de dag van het arrest van de Hoge Raad zou ingaan. Het beroep werd verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was. De zaak betrof een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem van 23 februari 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf gaat in op de dag van het arrest, verminderd met de tijd in voorlopige hechtenis.